Lees
HIER hoe het begon
Lees
HIER deel 5
Bruin voelt zich warm worden van binnen, haar lieve Krullenbol wil zich aan haar verbinden. Haar gevoel dat hij niet vrij zou zijn, komt voor een deel door de trouwring die hij om zijn vinger droeg. Nu hij die stiekem in haar zak heeft laten glijden, krijgt deze zelfde ring ineens een hele andere betekenis. Ze gelooft niet meer in toeval, al zijn er genoeg gebeurtenissen waarvan ze niet goed weet waarom die op haar pad komen. Het was voorbestemd om haar Krullenbol te vinden en hij heeft al die tijd op haar gewacht. Het maakt niet meer uit hoelang ze weg zal zijn en waar ze heen zal gaan, hij zal altijd op haar wachten en haar met open armen en een warm hart verwelkomen. Haar veilige haven en gepassioneerde liefde heeft ze eindelijk gevonden. Met deze wetenschap in haar gedachte en zijn warme veelbelovende glimlach op haar netvlies laat ze de teugels van Pegasus vieren en vindt hij zijn eigen weg.
Pegasus zoeft richting de opkomende zon, beide vriendinnen zijn in gedachten verzonken en zeggen een tijd lang niets. Ze genieten van de zon en het ontwakende landschap dat voor hen opdoemt. De vogels kruipen uit hun holletjes en zingen kwetterend hun lied terwijl de bomen hun takken spreiden, alsof ze zich na een lange slaap uitrekken. De riviertjes beginnen weer te stromen en de vissen maken vreugdesprongetjes boven het water uit, ze verwelkomen deze nieuwe dag.
Langzaam verlaat de adrenaline van de gebeurtenissen van die nacht hun lichamen die plaats maakt voor iets anders. Blond verbreekt de stilte nadat ze kilometers lang hebben gereden. “Ik ben wel toe aan een sterke bak koffie, zullen we ergens stoppen? “ Bruin manoeuvreert Pegasus een dorpje in en bij een klein cafeetje stoppen ze. Het ziet er knus uit en als ze afstappen, voelen ze de spanning en de moeheid. Gelukkig is het binnen niet druk en gaan ze bij het raam zitten. Boven een dampende kop koffie en een mok thee kijken ze elkaar weer aan. Ze hebben geen woorden nodig om te laten weten hoe ze zich voelen.
Bruin maakt zich zorgen om haar vriendin, ze denkt aan het moment waarop ze haar heeft gevonden in het kleine huisje op de heuvel. Ze raakte er in de war van. Nu ze haar hart had gevonden en het erop leek dat Vreemd zich al die tijd over haar hart had ontfermd leek ze verscheurd. Ze zag eruit alsof ze was thuis gekomen maar ze handelde er niet naar. Bruin kon er geen wijs uit worden en liet het maar rusten. Het zou vanzelf duidelijker worden en als Blond er aan toe was zouden ze terug gaan.
Blond is uitgeblust en voelt zich heen en weer geslingerd tussen de stemmen in haar hoofd. Ze wil zo graag geloven dat Vreemd, die niet vreemd meer is, de doorns uit haar hart heeft gehaald en het voor haar bewaard heeft. Niet om het weer opnieuw te kunnen breken maar zodat het veilig is en warm klopt als ze er aan toe is om het weer op te halen. De andere stem in haar hoofd wil haar ervan overtuigen dat ook deze man een wolf is en haar hart niet waard is. Ze heeft teveel pijn gevoeld en heeft niet voor niets haar hart niet eerder op kunnen halen. Eenvoudigweg omdat ze niet wist waar het gebleven was en of iemand er over waakte. Deze trieste stem wil niet dat ze haar hart zou vinden zodat het nooit meer gebroken kan worden. Maar wat de stem zich niet beseft is dat Blond langzaam uitdooft en zonder haar hart niet kan leven en voelen zoals ze dat graag zou willen. Hoe pijnlijk het ook kan zijn om te voelen, het ontbreken van haar hart beschermt haar alleen maar tegen de pijn en ontneemt haar de vreugde van het leven.
Langzaam komen ze weer een beetje bij. Stiekem hebben ze het toch een beetje koud gekregen en verlangen ze naar wat rust om weer op adem te komen. Ze bestellen een ontbijtje en nog wat te drinken. Dan praten ze wat over wat ze nu voor nieuw avontuur willen beleven. Beiden hebben behoefte aan luchtigheid en vrolijkheid. Het vinden van Blonds hart en de liefde van Bruin heeft zijn tol geëist. Al voelen ze allebei dat het dit keer anders is, ze hoeven niet meer te vluchten uit angst voor de gevolgen maar hebben nu een avontuur nodig om zichzelf weer terug te vinden.
Zoals wel vaker, zeggen ze grappend dat er een gidsje uitgebracht zou moeten worden waarin mooie dwalende avonturen te vinden zijn. Met beschrijvingen van het avontuur, de omgeving en de gezochte rust, spanning, lust, liefde of halsbrekende toeren… Misschien gaan ze dat nog eens doen, hoewel het dan waarschijnlijk meer een soort dagboek wordt over hun avonturen dan een kiesmaaruitwaarjeaantoebentgidsje. Ze moeten er erg om lachen en voelen zich al stukken beter.
Voor ze Pegasus weer bestijgen ontvangt Bruin een sms-je. Een kennis die een vakantie en evenementenbureau heeft vraagt of ze zin en tijd heeft om een locatie uit te testen. Ze hebben een vruchtbare samenwerking, Bruin onderzoekt een locatie voor een evenement of vakantiebestemming en zo kan het bureau weer inspelen op de wensen van de klanten en alle onkosten van de ontdekking neemt het bureau voor zijn rekening. Regelmatig trekken de vriendinnen er samen op uit om de bestemmingen te onderzoeken en grootse avonturen zijn vaak het gevolg. Het leuke hieraan is dat ze niet precies weten waar ze terecht komen en avontuurlijk als ze zijn voelen ze er wel voor. Precies op tijd dient deze kans zich aan en ze zijn benieuwd wat voor avontuur er voor hen in het verschiet ligt.
Bruin belt op en vraagt naar de bijzonderheden. Het zou een groot kasteel zijn met een mooie boomgaard en een enorme tuin. Hier en daar is het wat vervallen maar voor het bureau er geld in wil stoppen willen ze wel graag wat meer informatie. Bruin krijgt de locatie door en geeft aan dat ze er over 2 dagen zullen zijn. Dat geeft hen nog even de tijd om rustig aan te doen… Bovendien zijn ze zonder kaart vertrokken omdat ze het avontuur op wilde zoeken maar nu was het wel even lastig. De kennis zal de routebeschrijving door sms-en vanaf het punt waar ze nu zijn. Dan kan Bruin er zelf wel even een draai aan geven en weet ze in ieder geval welke kant ze op moet.
De vriendinnen ruiken het avontuur, ze zijn nog niet eerder in een kasteel geweest en de kans om te onderzoeken of het een geschikte locatie is trekt ze bijzonder aan. Samen zullen ze ervaren wat de mogelijkheden van het terrein zijn en voor wat soort evenementen het geschikt is. Ze hebben er zin in en gaan gauw weer op pad. Pegasus is opgezadeld en ze volgen de wind die hen langs mooie plekken leidt. Langs velden en wegen, bossen en rivieren verdwalen ze in de natuur. Het is prachtig weer en ze genieten intens. Onderweg vertellen ze elkaar hun fantasieën over het kasteel. Stel je voor zeg, hoe groot zou het zijn. Zou je je als een koningin voelen en hoeveel vertrekken heb je dan tot je beschikking? Zouden er bediendes zijn en ridders, hofnarren die het voor jou aangenaam moeten maken… Ze wanen zich terug in de tijd van de hofvrouwen en jonkheren, de prachtige jurken die gedragen werden. De daarbij behorende feesten, met eten in overvloed en dansen tot je er bij neer valt. Ze gaan er helemaal in op en kunnen haast niet wachten tot ze er zijn.
Als de avond begint te vallen en ze Pegasus willen laten rusten zoeken ze een klein tentje op om te kunnen eten. Bruin heeft onderweg een bord gezien met de aankondiging van het strand, de zilte zeelucht komt hen al tegemoet en de meeuwen vliegen al krijsend in het rond. Bij het strand aangekomen willen ze eerst nog even de benen strekken, zo de hele dag op de rug van Pegasus is heerlijk maar er komt altijd weer het moment waarop ze blij zijn om er weer even af te kunnen stappen. Ze maken een wandeling langs de vloedlijn, de vriendinnen hebben hun schoenen uitgetrapt en lopen lekker door het water heen. Af en toe zien ze een verdwaald krabbetje scharrelen en in de verte zien ze de zeilboten voorbij varen.
Na een uurtje keren ze terug en nestelen ze zich bij de open haard van een knus restaurantje met uitzicht op zee. Ze bestellen wat te eten en een fles rosé, na zo’n dag hebben ze dat wel verdiend. Blond heeft bij de ingang iets over een pensionnetje gezien, ze vraagt het na bij de kelner. Boven het restaurantje zijn een aantal kamers te huur en gelukkig is er nog eentje vrij. Nadat ze heerlijk hebben gegeten besluiten ze om nog een wandeling te maken over het strand. Het is een heldere nacht en duizenden sterren fonkelen hoog aan de hemel. Het water is inmiddels afgekoeld maar er staat nog een zwoel briesje waardoor ze het niet koud hebben. Na een lekkere wandeling waarbij het eten de tijd heeft gehad om te zakken, nestelen ze zich op een strandstoel vlakbij het restaurantje. Bruin loopt even naar het restaurantje toe om een fles rosé te halen en 2 glazen, op weg naar het strand neemt ze nog 2 dekens mee naar het strand. Ze slepen de strandstoelen naar het midden van het strand en kijken naar de prachtige hemel waar de sterren krachtig fonkelen.
Als twee kleine kinderen zoeken ze naar de sterrenbeelden en maken er een wedstrijdje wie ze als eerst gevonden heeft. Als eerst vindt Blond de grote beer, Bruin vindt dan al snel de poolster. Samen zoeken ze verder en vinden Pegasus, hoe kan het ook anders. Hun trouwe vriend die ze overal naar toe brengt… Verder vinden ze nog wat sterrenbeelden als vissen, waterman en boogschutter… Het is een leuk tijdverdrijf maar het is moeilijk om ze allemaal te vinden, al was het alleen maar omdat ze niet precies weten hoe ze er allemaal uit zien…
Na een poosje gezocht te hebben naar de sterren en elkaar geprobeerd hebben af te troeven halen ze herinneringen op aan een eerder avontuur waar ze ook zo naar sterren gezocht hebben. Wat een goed avontuur is dat geweest en ze moeten er nog om lachen.
Als ze het, ondanks de deken, koud krijgen lopen ze het strand weer af en gaan ze binnen bij de open haard zitten waar het vuur knispert en na een poosje hun wangen gloeien. Ze besluiten naar bed te gaan. Eenmaal in bed vallen ze snel in slaap en dromen over hun geliefden.
De volgende dag staat in het teken van het kasteel. Ze zadelen Pegasus op na het ontbijt en vertrekken. Weer dwalen ze langs paden en lanen en volgen ze watertjes die glinsteren in de zon. Vrijer kun je je niet voelen dan zo naar je bestemming toe te rijden.
Aan het einde van de dag komen ze in de buurt van het kasteel. Onderweg hebben ze even een broodje gegeten en Pegasus van de nodige brandstof voorzien. De omgeving is bosrijker geworden en de wind ruist door de bomen. Ineens zien ze in de verte vier torentjes boven de bomen uitsteken. Dat zou wel eens het kasteel kunnen zijn. Bruin stopt in het volgende dorp en ze zoeken een leuk tentje uit om wat te eten. Dan belt ze met haar evenementen kennis. Hij geeft aan dat het inderdaad het kasteel is en laat haar weten waar ze moeten zijn om binnen te komen. Hij heeft al gezorgd dat in de eerste behoeften voorzien is en daar waar dat aangelegd is zal de verlichting het doen. Verder staat er een krat klaar met beddengoed, kaarsen en lucifers en een noodrantsoen. De meiden beginnen het steeds spannender te vinden en willen na het eten het laatste stuk naar het kasteel toe rijden.
Eenmaal aangekomen bij het kasteel is het al aardig donker aan het worden. Ze stoppen bij een klein huisje aan de rand van een groot bebost gebied. Zou dit allemaal nog bij het kasteel horen vragen ze zich af. Bruin ontvangt de sleutels en de koetsier legt haar nog het een en ander uit. De spullen die ze nodig zullen hebben staan al klaar in de hal van het kasteel en ze mogen zelf bedenken waar ze willen slapen. Het kasteel telt 80 slaapvertrekken dus er zal vast wel iets van hun gading zijn.
De dames springen op Pegasus en kunnen niet wachten om het kasteel te ontdekken. Eenmaal aangekomen is de slotbrug al omlaag en staan ze voor een immens groot hek. Bruin pakt de sleutels en er is een zo’n ouderwetse grote zwarte sleutel bij. Deze past op het hek, het kost hen moeite om het hek te openen. Dan zien ze het kasteel al liggen. Het is nog wel een eindje tippelen dus ze laten zich door Pegasus brengen. Eenmaal in de hal van het kasteel vinden ze de spullen die voor hen zijn klaargezet. Er brand een heel klein lampje maar verder lijkt er niets te branden. Ze besluiten op zoek te gaan naar een kamer en zullen morgen wel verder op onderzoek uit gaan als het licht is. Bruin vervloekt de kennis, hij had wel even een plattegrondje klaar kunnen leggen, hoe kunnen ze hier nou snel iets vinden…
Op goed geluk lopen ze de trap op. Blond is zo slim geweest om een dikke kaars, lucifers en een kaarsenstandaard mee te grissen. Boven is er inderdaad geen licht en de wind die door het kasteel heen waait zorgt ervoor dat de kaars ook steeds weer uitwaait. Buiten is het stikdonker, de maan laat zich niet meer zien en in het gedeelte van het kasteel waar ze lopen lijkt geen elektriciteit te zijn. De schimmen die ze voorbij zien komen maken hen een beetje huiverig, maar ze houden het erop dat het door het flikkeren van de kaars komt.
Plotseling schrikken ze op, TUUT TUUT TUUT, er komt een sms-je binnen. Bruin pakt haar telefoon en ziet een berichtje van haar kennis verschijnen.
“Veel plezier en ik heb gehoord dat het in het kasteel spookt…”
Lees
hier deel 7